Er is iets veranderd in het onderzoek naar hoogsensitiviteit, en het raakt direct aan hoe jij jezelf begrijpt. Het vraagt opnieuw om eerlijk zelfonderzoek.
Lange tijd werd hoogsensitiviteit bekeken als een eigenschap die je wel of niet had. Ergens op een schaal van laag naar hoog, en dan wist je het. Maar recent onderzoek van Huang en Pluess (2025, 2026) laat iets genuanceerder en tegelijk veel herkenbaarder zien: niet alle hoogsensitiviteit werkt hetzelfde. Binnen de groep hoogsensitieve mensen onderscheiden zij vijf typen, waarbij het meest betekenisvol zijn wat zij het waakzame type en het kansgerichte type noemen.
De vijf typen hoogsensitiviteit
1. Laag sensitief type verwerkt prikkels minder diep en reageert minder sterk op zowel positieve als negatieve omgevingsinvloeden.
2. Gemiddeld sensitief type is de grootste groep en reageert matig op omgevingsinvloeden in beide richtingen.
3. Algemeen hoog sensitief type verwerkt diep én reageert sterk op zowel tegenspoed als gunstige invloeden, met een hoge score op zowel overstimulatie als gevoeligheid voor positieve ervaringen.
4. Waakzaam sensitief type is hoog sensitief met een primaire gerichtheid op bedreiging en tegenspoed, scoort hoog op overstimulatie en lager op gevoeligheid voor positieve ervaringen, en wordt vaker geassocieerd met angst, stress en neuroticisme.
5. Kansgericht sensitief type is hoog sensitief met een primaire gerichtheid op gunstige invloeden, mogelijkheden en groei, scoort hoog op gevoeligheid voor positieve ervaringen en lager op overstimulatie, en wordt vaker geassocieerd met verdraagzaamheid, openheid en extraversie.
Wat is het verschil tussen het waakzame en het kansgerichte type?
Het waakzame type is sterk afgestemd op tegenspoed, bedreiging en alles wat mis kan gaan. Het kansgerichte type is even fijn afgestemd, maar dan op wat goed gaat, op mogelijkheden, op groei en verbinding. Beide zijn hoogsensitief. Beide verwerken prikkels diep. Maar de richting van die verwerking verschilt wezenlijk.
Het verrassende is: welk type jij bent, heeft veel meer te maken met wat je hebt meegemaakt dan met je aanleg op zichzelf. Torrecilla en collega’s (2026) lieten in genetisch onderzoek met tweelingen zien dat dezelfde genetische gevoeligheid bij een moeilijke jeugd leidt tot meer waakzaamheid en kwetsbaarheid, en bij een gunstige omgeving juist tot betere sociale vaardigheden en veerkracht. Dezelfde aanleg, andere uitkomst. Dat is precies wat Dąbrowski bedoelde toen hij schreef over de omgeving als katalysator voor groei of stagnatie. Daar lees je alles over in mijn boek: Had ik dit maar eerder geweten over ACT & hoogbegaafdheid.

Hoe herken je welk type jij geworden bent?
Dit vraagt om nader zelfonderzoek. Merk je dat je primair scant op gevaar, op wat er mis kan gaan, op wat mensen van je denken of op hoe je tekortschiet? Dan ben je waarschijnlijk meer in het waakzame patroon beland dan je van nature hoeft te zijn. Dat patroon is een aanpassing, geen karakter. Het verschil lijkt klein maar is allesbepalend, ook voor je zelfbeeld en jouw behoeften. Zo zie je dat dit voor iedereen verschillend is.
Huang en collega’s (2026) onderzochten ook hoe deze typen omgaan met moeilijke situaties, in zowel het Verenigd Koninkrijk als China. Het waakzame type neigt naar vermijding: het probleem opzij zetten, niet aankijken, hopen dat het overwaait. Het kansgerichte type kiest vaker voor een probleemgerichte aanpak, recht op de kern af, iets doen met wat er is. Niet omdat zij moediger zijn, maar omdat hun systeem minder alarmeert bij het naderen van een obstakel.
Dit heeft directe betekenis voor hoe jij functioneert. Als jij iemand bent met een grote binnenwereld, veel doorzettingsvermogen en hoge standaarden, en toch een hardnekkig patroon van uitstellen, terugtrekken of piekeren, dan is de vraag welk type jij geworden bent. En wat er nodig is om terug te bewegen naar de richting die van nature de jouwe is.
Deze bewustwording kan je zien als een heroriëntatie: langzaam leren vertrouwen op het kansgerichte in jezelf, op het vermogen om te zien wat er groeit, wat er mogelijk is, wat er goed gaat.
Hoogsensitiviteit en verbondenheid met de natuur
Een van de mooiste bevindingen in dit onderzoek komt uit een studie onder kinderen (Galli et al., 2026). Hoogsensitieve kinderen voelen zich vaker en dieper verbonden met de natuur, en die verbondenheid is de sterkste voorspeller van milieubewust gedrag. Dit gedrag komt dus niet voort uit alle kennis die ze opnemen, ook niet uit hun opvoeding, maar door verbondenheid met de natuur. Hoe mooi is dat! Dit geeft te denken over wat er werkelijk verandert als mensen leren vertrouwen op hun gevoeligheid in plaats van er tegen te vechten.
Jouw gevoeligheid hoef je niet als een kwetsbaarheid te zien. Het is een eigenschap die vraagt om de juiste bodem. In mijn boek vind je daar, op basis van heel praktische werkvormen voor. Ruim 3000 mensen gingen je voor en leerden hun gevoeligheden begrijpen en omarmen. Ik ben dankbaar dat mijn boek daaraan bij mag dragen.
Wil je regelmatig op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs of nieuws over hoogbegaafdheid en/of hoogsensitiviteit? Nodig mij dan via deze link uit om te connecten en abonneer je om de LinkedIn-nieuwsbrief.